Veel gestelde vragen

Mediaan prijs, hoogste prijs, laagste prijs…
Zwaar, licht… Wat kies ik?

Met name gemeentelijke prijzen in het sociaal domein lopen uiteen. Voor een prijs – bijvoorbeeld ambulante begeleiding – hanteren gemeenten uiteenlopende tarieven. En: binnen een product zijn er verschillende varianten. Welke prijs kies je dan?

Wat bepaalt of ondersteuning licht, regulier of zwaar/intensief is? Meestal is dat een combinatie va het soort professional dat betrokken is (het opleidingsniveau wordt via de CAO gekoppeld), het tarief dat gebruikelijk is in de sector en de prijsafspraken die de gemeente met aanbieders gemaakt heeft. Soms speelt ook de groepsomvang een rol.

In de prijslijst hebben we steeds de mediaanprijs opgenomen. Deze prijs ligt in het midden: 50% van de gevonden prijzen is lager en 50% hoger. Dat is een goed beginpunt, wanneer je de lokale prijs niet weet. De bandbreedte vind je door op de prijs te klikken.

Wat is het verschil tussen een tarief, een prijs en een kostprijs?

Dat zijn allemaal begrippen die heel erg door elkaar gebruikt worden en waar we dan ook zeker geen vaste definitie voor willen geven. Voor de Maatschappelijke prijslijst vullen we het als volgt in:

  • Een tarief is wat een gemeente betaalt aan aanbieders voor een bepaald product.
  • Een kostprijs is de interne prijs die een aanbieder zelf berekent, bijvoorbeeld om te toetsen of ze met het tarief een beetje uit de kosten komen. Bij heel veel producten wordt die in belangrijke mate bepaald door personele kosten, die dan weer worden bepaald door de functiegroep en de bijbehorende CAO-loonafspraken. In de Maatschappelijke prijslijst kom je deze niet tegen omdat dit over het algemeen niet een prijs is die werkelijk betaald wordt door bijvoorbeeld een gemeente.
  • Een prijs – in het kader van de Maatschappelijk prijslijst – noemen we de twee-eenheid die we in de prijslijst opnemen; een korte beschrijving/productaanduiding en het tarief dat daarvoor zoal in rekening kan worden gebracht door de aanbieder.

En natuurlijk: al deze informatie zegt helemaal niets over de waarde van al die inzet. Laten we daar duidelijk over zijn. Die is – in het beste geval – onbetaalbaar…

Waar vind ik omschrijvingen
van de producten op de prijslijst?

Helaas zijn productomschrijvingen van zorg en ondersteuning niet altijd openbaar of vindbaar. Daarom kunnen wij ook geen algemene productomschrijvingen bieden van de verschillende producten op de prijslijst. Wel weten we dat een product een heel uiteenlopende invulling gegeven kan worden. ‘Ambulante begeleiding licht’ kan in een andere gemeente wellicht ‘regulier’ of ‘midden’ zijn.

Ik zie weinig prijzen rond GGZ en ziekenhuiszorg. Waarom is dat?

De prijzen/tarieven die daarvoor gelden zijn uitermate veelzijdig. Daar zien we productenboeken van honderden, zelfs duizenden tarieven. De gemiddelde kosten van een ziekenhuisbezoek bijvoorbeeld zeggen daardoor heel weinig: de bandbreedte is enorm. Om de prijslijst overzichtelijk gehouden hebben we daarom weinig prijzen uit de GGZ en de ziekenhuiszorg meegenomen.

Ik kan het uurtarief van een jongerenwerker of maatschappelijk werker niet vinden?

Die hebben we inderdaad niet opgenomen in de Maatschappelijke prijslijst, omdat dat in het algemeen geen aparte tarieven zijn die in rekening kunnen worden gebracht bij gemeenten. Het uurtarief kan wel iets zijn dat een zorgaanbieder zelf gebruikt, bijvoorbeeld voor interne verrekening.

Wat zijn de kosten van een multidisciplinair overleg (mdo)?

Dat is maar net afhankelijk van wie er aanschuiven bij de multidisciplinair overleg. En of ze hun tijd apart declareren, of dat dit onderdeel is van het product dat gedeclareerd wordt.

Op een eerdere lijst vond ik prijzen van een uithuisplaatsing, huisuitzetting of een ziekenhuisopname. Waar zijn die gebleven?

In deze Maatschappelijke prijslijst vind je deze niet meer terug, omdat hier eigenlijk geen goede vaste prijs aan te hangen is. We zijn dit ‘gebeurtenisprijzen’ gaan noemen: het zijn ingrijpende gebeurtenissen in iemands leven waar vaak veel kosten bij komen kijken. En het kan ver uiteenlopen wat er wel en niet onder zo’n gebeurtenis valt: elk mens en elke situatie is echt heel anders. Dat maakt dat er geen ‘gemiddelde’ of ‘meest voorkomende situatie’ is aan te geven. En daarom dat we daar nog geen prijzen voor opnemen.

In het najaar van 2024 starten we een verkenning naar het ontwikkelen van gebeurtenisprijzen, waarin we rekening houden met de bandbreedte van kosten bij zo’n gebeurtenis en de variëteit van betrokken ondersteuning.

Hoe stel ik nu een (maatschappelijke) business case op met deze prijzen?

Het opstellen van business case is een vak apart. De Maatschappelijke prijslijst biedt daar waardevolle grondstof voor, maar gaat niet zover dat je dan zomaar zelf een business case kunt opstellen. Dat vraagt meer expertise. Wel geven we vanuit onze ervaring graag enkele wenken:

  • Reken je niet rijk: beter conservatief en voorzichtig inschatten, van de dingen die je zeker weet, dan allerlei besparingen opvoeren die wankel zijn en de geloofwaardig ondermijnen.
  • Zorg voor een onafhankelijke, robuuste inschatting van de ‘hoeveelheid effect’: dit bijvoorbeeld alleen baseren op een inschatting van de betrokken professional is meestal niet zo’n goede basis.
  • Wees kritisch op het nulscenario of referentiescenario: wat was er gebeurd zonder de interventie? Dat kan bijvoorbeeld een andere interventie zijn. Helemaal niets… is meestal niet reëel.

Hoe samengesteld?

Twee soorten prijzen

De prijzen op de Maatschappelijke prijslijst komen uit verschillende soorten bronnen:

  • lokale bronnen, waarbij elke gemeente/regio de eigen prijzen definieert en vaststelt;
  • zorgverzekeraars, die allemaal hun eigen tarieven hanteren,
  • landelijke bronnen, waar het gaat om prijzen waarvoor een landelijke richtlijn bestaat.

Richting vinden in een veelheid van overzichten

Met name de lokale prijzen zijn zeer divers en vroegen een bijzondere inspanning om op een rij te krijgen.

  • In het opstellen van de Maatschappelijke prijslijst 2024 vonden we 122 tariefoverzichten die gehanteerd worden in 327 (96%) van de gemeenten in Nederland. Veel zijn openbaar beschikbaar, sommigen hebben wij bij de gemeenten moeten opvragen. Daarnaast hebben wij van 6 verzekeraars de tarieven van gecontracteerde aanbieders geraadpleegd, alsmede landelijke bepalingen in o.a. de Staatscourant (bijv. voor de Participatiewet).
  • De tariefoverzichten zijn geanalyseerd op vaker voorkomende prijzen/tarieven. Daarbij is uitgegaan van de producttitel. Voor gemeenten bleek dat de landelijk vastgestelde productcodes (zie https://www.istandaarden.nl/iwmo/over-iwmo/productcodelijst-wmo) te willekeurig worden gebruikt door gemeenten, om als basis voor een ordening te dienen. Zo komen we productcodes tegen die zowel worden gebruikt voor relatief goedkope, ambulante ondersteuning als voor kostbare, intramurale ondersteuning.
  • Per tarief is – waar nodig – een onderverdeling gemaakt, bijvoorbeeld in zwaar, midden en licht. Daarbij zijn we uitgegaan van de beschrijving van de gemeente zelf. Niet elke gemeente verstaat onder ‘licht’, ‘midden’ of ‘zwaar’ hetzelfde. Dat is waarschijnlijk één van de redenen dat tarieven soms ver uit elkaar lopen. Waar dit mogelijk was, hebben wij de onderverdeling gebaseerd op de inschaling (gekoppeld aan CAO).
  • Per tarief zijn de lokale prijzen bij elkaar gebracht zodat de laagste, hoogste en mediaan prijs te bepalen was.
  • Tot slot zijn de prijzen gepresenteerd op deze website.

Hoe ontstaan?

Sinds 2012

Het was 2012, en de eerste aanpakken rond ‘één gezin één plan’ kregen vorm. Kostenbewustzijn bij professionals was daarbij ook een beleidswens. Maar hoe kun je kostenbewust zijn, als je geen zicht hebt op de prijzen van ondersteuning?

Daarom zijn we vanuit onze onderzoekspraktijk prijzen gaan verzamelen: uit onderzoeksrapporten, van websites, uit overzichten. En presenteerden we die op een toegankelijke manier: als een prijslijst.

Dat was ook makkelijk voor het eigen onderzoekswerk. Bijvoorbeeld bij het opstellen van een maatschappelijke business case.

Gewaardeerde bron

In eerste instantie was de Maatschappelijke prijslijst een hulpmiddel bij de Effectencalculator – een onderzoeksinstrument voor casusanalyses. Maar gaandeweg werd het door onderzoekers, professionals en beleidsmensen ook als zelfstandig hulpmiddel gevonden.

Steeds meer onderzoekers gebruikten de Maatschappelijke prijslijst als bron. Steeds meer casusbesluiten werden er mee onderbouwd. Televisieprogramma’s verwezen er zelfs naar. Het werd een veelgebruikte en gewaardeerde bron.

Tegelijkertijd werd het actualiseren van de Maatschappelijke prijslijst steeds lastiger. Bronnen raakten verouderd of bleken minder stevig. De decentralisaties in het sociaal domein maakten dat veel prijzen steeds meer gingen verschillen: elke gemeente hanteerde een eigen prijs.

Daarom besloten we vanaf 2019 de Maatschappelijke prijslijst niet meer aan te bieden…

Opnieuw opgebouwd

Met steun van het ministerie van VWS is in 2022 een verkenning uitgevoerd of de Maatschappelijke prijslijst opnieuw en duurzaam opgezet kon worden. En dat kon, vooral omdat veel gemeentelijke en regionale prijzen tegenwoordig vindbaar zijn op het internet, als je goed zoekt. De huidige Maatschappelijke prijslijst is ontwikkeld door Bureau Anderzoek, in samenwerking met Bram van den Pavert, met steun van BMC en het Verwey-Jonker Instituut en mogelijk gemaakt door het ministerie van VWS en de VNG.

De verkenning kun je hier downloaden.